Geschiedenis

Er was eens…..

een ontwikkelingswerker die zijn vrouw meenam naar Tanzania. Ze woonden ver weg in de “bush”. Er was genoeg lekker lokaal eten te krijgen, maar toch misten ze hun oer-nederlandse boterham met kaas.
In dit gebied (Shinyanga regio) werden grote kudden koeien gehoed. En koeien geven melk, dat weten wij Nederlanders. Dus besloot de vrouw zich te verdiepen in het maken van kaas.
Ze kocht melk van de herders. Importeerde uit Nederland stremsel en een kaasvaatje. De rest gebeurde heel primitief. Lokale yoghurt als zuursel, een pan met een zelfgemaakt roerwerk en het project kon beginnen.
De kazen waren heerlijk!! Vooral als je zo ver in de bush woont en geen andere keus hebt.
Na terugkomst in Nederland was de interesse gewekt en ze volgde een officiële kaasvakopleiding in het Friese oenkerk.
De heimwee naar verre oorden bleef echter en een jaar na de geboorte van hun dochter vertrokken ze naar Nieuw Zeeland. Daar kreeg de man werk bij een Nederlandse kaasmaker in Hamiltion, waar hij de fijne kneepjes van het vak leerde.
Maar ach Nieuw Zeeland was geen Afrika en ze voelden zich er ook niet echt thuis. Dus keerden ze weer terug naar Nederland.
Daar kochten ze een klein boerderijtje in Erica, Drenthe en startten er hun echte eigen geitenkaasmakerij. Geitenkaas. Want dat vonden ze toch wel erg lekkere kaas. Bovendien zijn die geiten zo leuk. Hier werd ook hun tweede kind een zoon geboren. De eerste 17 geiten woonden in de schuur. De kaas werd gemaakt in de bijkeuken en de slaapkamer was kaasopslag.
Later werden het 80 geiten in een echte geitenstal. Ook kwam er een echte kaasmakerij en opslagruimte. Alles zelfgebouwd door het echtpaar met wat hulp van vrienden en familie.
Groter wilden ze niet worden want het moest ambachtelijk blijven vonden ze.
De kaas werd verkocht aan groothandels en winkels in Duitsland. Daar houdt men erg veel van geitenkaas.
In 1999 begonnen ze met de verkoop van hun eigen kaas en aangekochte koeien- en schapenkaas op de biologische markt in Emmen. Samen met twee andere pioniers met vlees en molenproducten. Alledrie hadden ze producten van eigen bedrijf.
Langzaam groeide de markt uit tot een heuse biologische markt, waar bijna alles te krijgen is. Ook hun eigen assortiment groeide met veel lekkere en speciale producten, waaronder eieren, boter, kwark, verse kazen enz.
Helaas, een kleine ambachtelijke kaasmakerij werd steeds moeilijker en duurder te runnen dankzij de vele regels en kosten die er bij kwamen. Zodoende werd besloten de kaasmakerij te sluiten. De geiten gingen naar een collega. Op een paar na, want die waren zo lief en mochten niet weg.
De kaasopslag bleef opslag en de kaasmakerij werd  woonkamer annex slaapkamer. Maar er moest natuurlijk wel een inkomen zijn. Dus werd er naast de Emmer markt al snel gestart met de zaterdagmarkt en de dinsdagmarkt in Groningen, waar we samen met onze collega broodverkoper proberen een net zo bloeiende biologische markt te creëren als in Emmen.
Wij de ondernemers waar het in dit verhaal over ging heten u in ieder geval van harte welkom. Of zoals de Tanzaniaan zou zeggen KARIBU

Susan & Theo